22 december 2017

Donkerlicht • Hoofdstuk 5

Esmée

“Esmée, zou je na de les even hier willen blijven? Ik moet je iets vragen.”
“Tuurlijk mevrouw, geen probleem.”
De dag is net begonnen en we beginnen meteen met een uur Nederlands, ik ben nog zo moe van gisteren dat ik mijn ogen amper kan openhouden. Zou ze me daarom moeten spreken? Ik kan deze uren best missen en dat weet zij ook, mijn cijfers zijn uitstekend. Of zou het iets anders zijn? Heeft mevrouw Porter vertelt over mijn taak van wiskunde? Wat kan er nu zo belangrijk zijn dat ze me per se moet spreken? Mijn ogen blijven open en dicht gaan en iedere keer duurt dat allemaal net iets langer. En dan gaan ze niet meer open en schrik ik wakker van de bel.

“Esmée, meisje,” Ooh hemel, het lijkt alsof ze niet weet hoe ze dit moet gaan zeggen, is het echt zo erg? Ze zucht en begint opnieuw. “Esmée, gaat alles oké met jou?” “Ja mevrouw, het gaat helemaal prima, waarom?” “Ik heb met mevrouw Porter gesproken.” Ik wist het! “Ze is bezorgd om je. Ze zei dat je je taak gisteren niet hebt afgegeven, dat is echt niet iets voor jou. Net als dat slapen in de klas niets voor jou is.” Ze kijkt me aan en trekt haar wenkbrauwen op. Ik kan wel door de grond zaken. “Mevrouw Porter is trouwens niet de enige die met mij is komen praten over jou.” Nu was het mijn beurt om mijn wenkbrauwen op te halen. “Een leerling, ik ga niet zeggen wie, dat heeft hij mij gevraagd,” Hij? “heeft me vertelt dat hij denkt dat er iets met je aan de hand is.” Nogmaals, hij? “Als titularis is het mijn taak om te praten met mijn leerlingen in dat soort situaties. Dus Esmée, is alles oké met jou?” “Ja mevrouw, het gaat echt op en top. Dat van wiskunde is maar eenmalig, maakt u zich geen zorgen ik ben alleen moe, ik heb deze nacht slecht geslapen. Ik ben echt oké mevrouw, écht.” “Goed dan want ik wilde je nog iets vragen.” “Ja?” “Je weet dat we binnenkort het feest van het jaar hebben en dat er vooraf van alles gezegd wordt tegen de leerlingen, maar ik merk dat onze leerlingen bijna nooit opletten en het altijd maar een saaie bedoeling vinden en daarom wou ik je vragen of jij me wilt helpen om het wat leuker te maken en of je zelf ook iets wilt zeggen.” Serieus? Tuurlijk wil ik dat niet doen! Mij nog belachelijker maken voor heel de school dan dat ik al ben? “Lijkt me een leuk idee.” “Goed, ik wist dat je het een leuk idee ging vinden. We hebben het er later nog over ga nu maar naar de volgende les. Ik loop wel even mee.” “Oké.”

Ik stap binnen bij aardrijkskunde en voel meteen alle ogen op mij gericht. Terwijl mevrouw Ferris en meneer Van Dyck aan het praten zijn over mijn te laat komen in de les ga ik naar mijn plaats en hoor ik achter me gelach. Ik draai me om en er wordt nog luider gelachen. “Moest Molly even gaan huilen bij de mama?” Jessica begint weer luid te lachen, ik negeer haar en ga zitten. Meneer van Dyck komt binnen en de les gaat verder en ook deze keer begeven mijn ogen het en val ik in slaap.

De schooldag zit er op en net zoals altijd wil ik zo snel mogelijk naar huis rennen, maar ik word tegen gehouden. Je raad nooit door wie. Hij is het echt, daar staat Nathan, vlak voor mijn neus met mijn arm in zijn hand. Ik kijk van zijn hand naar zijn ogen en krijg geen lucht meer. Wat heeft hij mooie ogen! “Je reageerde gisteren niet op mijn berichtje, ik dacht dat er iets was gebeurd.” “Dus jij was het?” “Ja.” Hij kijkt naar zijn hand en vraagt: “Als ik loslaat, ga je dan rennen?” Ik begin te lachen en knik van nee terwijl ik naar mijn schoenen staar. Hij laat me los en kijkt me aan. “Dus, is alles oké met je?” Hij lijkt op recht bezorgd, althans dat denk ik, ik heb nog nooit iemand op recht bezorgd naar me zien kijken. “Ja.” Nee. “Ik geloof je niet Esmée. Ik weet hoe ze doen tegen jou, ik was er gisteren bij weet je nog?” “En wat dan nog? Wat maakt dat jij zo bezorgd bent om zo een dik zwijn als ik? Zou jij trouwens niet beter niet met mij praten? Je hebt een reputatie hoog te houden.” Verdomme Esmée, heb je eindelijk de kans om met hem te praten zeg je zoiets. “Nathan sorry, ik…” “Shhht, het is oké. Ik loop wel even met je mee, mag dat?” Ik knijp stiekem in mijn arm om te checken dat dit zeker geen droom is. “AUW!” Nathan schrikt en kijkt naar mijn vingers die ik in mijn arm duw. Ik laat los en zeg: “Oké.” Even voor de duidelijkheid, ik droom niet. 


__________
©Amber Camus

Geen opmerkingen:

Een reactie posten