24 november 2017

Donkerlicht • Hoofdstuk 4

Noa

“Hey.”
Leah: Nog iets gehoord van Nathan?
“Niet meer dan enkele berichten heen en weer. Elkaar een beetje beter leren kennen weet je wel.” 
Leah: Wat ben je dan zo al te weten gekomen?
“Hij houdt van schrijven en acteren, zijn grootste droom is dan ook acteur worden, maar zijn vader ziet dat niet zitten en verplicht hem te voetballen. Zijn lievelingskleur is niet zoals bij alle andere jongens groen, blauw of zwart, maar roodoranje. Hij houdt net als ik van de herfst en zijn favoriete nummer is too good at goodbyes van Sam Smith omdat dat nummer hem troost geeft in hoe hij zich voelt.” 
Leah: Gewoon wat berichten heen en weer zei je? 

Ik voel dat ik rood aanloop en begin te lachen. Ik vind Nathan echt leuk. Leuk leuk. Ik spring van bureaustoel en ga voor de spiegel staan. 

“Leah?” 
Leah: Ja meisje?
“Denk je dat ik het ga durven? Wat als ik niets meer weet om te zeggen? Wat als hij opeens ziet dat hij een grote vergissing heeft gemaakt? Wat als hij niet eens komt opdagen? Wat als…” 
Leah: Noa! Was jij niet de dappere helft? Hij heeft je niet mee uit gevraagd om je daarna te laten zitten, ik geloof niet dat hij zoiets zou doen. Daarnaast ben jij echt het mooiste meisje dat ik in mijn leven al gezien heb en begrijp ik niet dat er niet meer jongens als een blok voor je vallen. 

Esmée 

Ik staar naar mezelf in de spiegel wanneer ik plots mijn gsm voel trillen in mijn broekzak.
Esmée? Ik wou even vragen of alles oké is. 
Ik (en mijn gsm eigenlijk ook) herken het nummer niet dus stuur ik niets terug. Doorheen de jaren heb ik geleerd dat je mond houden wanneer je niet 100 procent zeker bent van wat te zeggen vaak beter is. Er rolt een traan over mijn wangen, een andere neemt zijn voorbeeld aan waarna er nog een heleboel andere volgen. “Hé Molly, “klinkt het in mijn hoofd, “kijk verdomme eens uit waar je loopt!”  De tranen blijven komen daarom trek ik mijn loopkleren aan en vertrek. Ik loop zo hard ik kan verblind door de tranen die nog steeds over mijn wangen rollen en wanneer ik ver genoeg ben, op een plek waar niemand (dat hoop ik dan toch) me kan horen begin ik te schreeuwen. Ik schreeuw zo lang en zo hard dat het pijn doet maar dat kan me niet schelen. Ik ga gewoon verder tot mijn adem echt op is, neem diep adem en val neer op de grond nog steeds met tranen die over mijn wangen lopen. 


__________
©Amber Camus

Geen opmerkingen:

Een reactie posten