27 oktober 2017

Donkerlicht • Hoofdstuk 2

Noa

'Hey.'
Jess: 'Alles oké?'
'Ja, met mij gaat het best goed. Hoe gaat het met mijn favoriete broer?'
Jess: 'Haha, met mij gaat het ook goed. Ik wou je eigenlijk alleen maar welterusten komen wensen. Dus ja, welterusten.'
'Nee, niet weggaan, ik wil niet dat je weggaat. Blijf alsjeblieft hier slapen en hou me vast. Ik wil niet alleen zijn. Nu even niet.'


Ik kruip tegen hem aan en begin te praten.

'Jess, deze middag vroeg Nathan me mee uit. We gaan volgende week naar het park om een wandeling te maken en te genieten van de herfst. Hij houdt namelijk net zo van de herfst als ik.'
Jess: 'Oh mijn hemel Noa, dat is geweldig! Weet je al wat je gaat aantrekken? Heb je het al aan Leah verteld? Gaan jullie samen shoppen? Jij en Leah bedoel ik, niet jij en Nathan. Ooh en hoe ga je je haar doen? Wauw Noa, wat ben ik blij voor je!'
‘Jess alsjeblieft, daar heb ik nog helemaal niet over nagedacht! Oh, help bedankt hoor, nu loop ik over van de zenuwen.'
Jess: 'Je weet dat ik het alleen maar goed bedoel hé.'
'Natuurlijk weet ik dat. Ik vertel het morgen aan Leah en dan zien we wel weer.'
Leah: 'Wat moet je mij vertellen?'
Jess: 'Noa heeft volgende week een date met Nathan!'
Leah: 'WAT, nee! Serieus? Oké meid, wij trekken dit weekend de stad in op zoek naar een nieuwe outfit en maken een afspraak bij de kapper. Wat gaan jullie doen?'
'We gaan naar het park, een beetje praten en genieten van de herfst. Dat hebben we dus gemeen, we houden van de herfst.'
Leah: 'Dat is fantastisch, het gaat vast en zeker leuk worden!'
Jess: 'Dat ben ik het met je eens.'
'Is het goed dat ik dan nu ga slapen? Ik ben redelijk moe en morgen is het natuurlijk weer school.'
Leah: 'Natuurlijk meid, welterusten!'
Jess: 'Slaap lekker zusje, dan ga ik maar weer hé.'
'Nee, blijf, blijf alsjeblieft.'

Ik draai me om en leg zijn arm om me heen. Het voelt fijn om hem hier te hebben. Hij is mij, maar dan in een jongenslichaam. Een jongenslichaam dat slechts een paar minuten ouder is als ik, één dat mij begrijpt zelfs zonder dat ik iets hoef te zeggen. Zijn aanwezigheid kalmeert me en zo val ik dan ook in slaap. Kalm.


__________
©Amber Camus

Geen opmerkingen:

Een reactie posten